Tags

, , , , , ,

Door Leo Lamb                                                                       mei 2013

Een bruin koffertje staat midden op de vloer. Als ik meehelp bij het opruimen voorafgaande aan de voorstelling wil ik het oppakken en meenemen.   “Nee die moet je laten staan, dat is het decor. Zie je dat niet?”

Ik volg Jan Rot rondom en tijdens één van zijn laatste optredens van De Grote Jan Rotshow in de kleine zaal van de Schouwburg in Arnhem. Een tour langs 40 kleine zalen, 11 mei eindigend in Hoorn.

Als ik te laat de zaal binnenloop – het verkeer in Arnhem staat vast want uitgerekend vanavond treedt Justin Bieber op in het  Gelredome – is Jan Rot bezig met de soundcheck en maakt hij met de technici de afspraken voor de avond.  De zanger uit Ossendrecht heeft op deze solo-tour geen eigen technici meegenomen. “Zo is iedere avond anders en is er buiten mij niemand die vindt dat iets beter of slechter ging dan één van de andere avonden. Het komt helemaal op mezelf aan. Dat maakt van iedere avond weer een nieuwe avond.” Hij spreekt af dat de pauze volgt op het Wilhelmus, onder oranje belichting gezongen. Het laatste lied van de avond wordt ‘Loop door’ (You’ll never walk alone).

“Daarna loop ik gewoon van de vloer af, naar links. Ik kom niet terug, het loopt eigenlijk een beetje met een sisser af”.

Uitverkochte zaal na Pauw en Witteman

Onderweg naar Arnhem dacht ik terug aan de start van deze tour op moederdag in 2012. Een bonte avond in een uitverkocht Carré waar de  zanger/hertaler vierde dat hij 30 jaar geleden voor het eerst in de hitparade stond met ‘Counting Sheep’. Het nummer kwam half mei 1982 binnen op nummer 46 in de toenmalige Nationale Hitparade.  Naar aanleiding van een tweet van Jan Rot en de promotiefilmpjes op YouTube had ik op zondag 7 mei kaartjes gekocht voor deze voorstelling. De volgende dag was Rot te gast bij Pauw en Witteman. De nacht erop waren alle 1.750 stoelen verkocht.

“Ik doe mijn eigen promotie en had al contact gehad met de redactie van DWDD om langs te komen. Ik  werd ‘opgenomen in de planning’. Het werd echter nooit concreet en op gegeven moment kwam er bericht: het zou er niet van komen, er was geen plek.   Met nog maar 700 kaartjes verkocht, minder dan een week van tevoren, ben ik maar even gras gaan maaien. Vervolgens heb ik Pauw en Witteman  gebeld en kreeg ik een jonge redactrice aan de lijn die mij niet kende. Waarom P&W? Vroeg ze. Omdat ik er nog nooit ben geweest , zei ik. Ze zou het bespreken. Later die dag werd ik teruggebeld, ik kon diezelfde avond komen.”

Carré, 13 mei 2012, voor de pauze

Er heerst een feestelijke en verwachtingsvolle sfeer in Carré. Jan komt komt onder luid applaus het podium op en opent met ‘Eenzaam aan de top’, (Randy Newman’s lonely at the top). Ook bandleden en gasten leveren een bijdrage in sterke uitvoeringen van ‘Wonderzondag’ (Monday Monday) door Marcel de Groot, en ‘(Nooit wordt ik ooit een) Burgerman’ (Ramblin’ Man) door Jan van der Meij. Elly en Rikkert doen de Kauwgomballenboom (geen Rottekst trouwens) met een actieve bijdrage van de Rotjes, de kinderen van Jan en vrouw Daan. Henk Jan Smits zingt een knallend ‘Ik verveel me’ (Satisfaction). Gastheer en ceremoniemeester Jan vertolkt zelf fraaie uitvoeringen van ‘Mijn naam is Mien’, ‘Sylvia’s moeder’ en ‘God sta me bij’. Wim T. Schippers struikelt het podium op en zingt ‘Zoen van papier’ (Sealed with a kiss). Als Riem de Wolff vanuit de coulissen komt is Jan zichtbaar onder de indruk: een droom komt uit. “We filmen deze avond niet, het is een unieke éénmalige avond, maar als iemand nú dít stukje wil filmen…” , voor heel even is hij een beetje een Blue Diamond en zingen ze samen het vertaalde Ramona. Na een verrassingsoptreden van Joop Visser en Jessica van Noord is het pauze.

‘Je past jezelf aan de zaal aan. Net als vis, die wordt zo groot als zijn aquarium. In een grote zaal speel je groter’ .

Arnhem, 13 april, voor de pauze

De zaal is met 90 bezoekers bijna voor de helft gevuld, als Jan Rot, volgens afspraak van links, onder applaus de vloer op komt lopen om achter de vleugel plaats te nemen. Na een korte introductie opent hij met Weg naar Walhalla (Stairway to heaven) en “…er direct maar achteraan..” ‘Kindertijd’ (Child in Time). Het accent ligt op zijn laatste CD ‘Weg naar Walhalla’. Ieder lied wordt voorzien van een introductie. ‘In my own little corner’ uit de Sound of Music wordt ‘Mijn eigenste hoekje’. Musical, klassiek en klassiekers wisselen elkaar af. Wonderwel verbonden door de verrassende en passende vertalingen en vertolking door Jan Rot. Na een klein uur rolt hij een banner uit met het Wilhelmus, in zijn hertaalde versie, en nodigt ons uit om  mee te zingen. Wat ook gebeurt. Met zijn gezicht uitstekend boven de banner zingt de zanger zelf uit volle borst mee.  Daarna gaat het zaallicht aan.  Pauze.

Een groot contrast

Een vol Carré en een half gevulde schouwburgzaal. Rot is in staat om zowel in een intieme setting als in een grote zaal het publiek te bespelen en stil te krijgen. Het lijkt een groot contrast. “Het lukt me in beide gevallen wel. Met de Streetbeats – Jan’s eerste bandje eind jaren zeventig – heb ik al eens het voorprogramma gedaan voor the Tubes in Carré. Een solotournee in de kleine zalen is dan weer heel wat anders. Ik kan heel goed mezelf zijn. Ik heb geen concentratie nodig, als ik weet dat ik die dag een optreden heb zorg ik dat ik voldoende energie heb. Mijn meisje zorgt voor eten onderweg.”

Ambitie

“Zolang er maar genoeg mensen komen om te blijven optreden en ik genoeg cd’s verkoop om nieuwe dingen te maken, ben ik al dik tevreden. Het rock & roll leven hoeft niet meer, ik heb geen ambities, anders dan de zaal te vermaken.” Rot kan daarbij putten uit eigen werk maar vooral uit een enorme voorraad vertaalde klassiekers. “Al die nummers zitten in het collectieve geheugen. Wat een voordeel is. Je hebt geen must-haves om te spelen. Zoals Frank Boeijen bijvoorbeeld. Die maakt prachtige nummers, maar er wordt toch iedere keer weer verwacht dat hij die vier bekende nummers speelt. Een show ontwikkelt zich in de tijd. Ik surf mee met het leven. Het programma vormt zich, na een optreden of twintig staan de tussenteksten vast. Dat schept weer ruimte om me op de uitvoering van de liedjes te richten.”

Rot staat bekend als een excellent vertaler. Bij Pauw en Witteman vertelt dat hij dr. Hooks ‘Sylvia’s mother’ vrijwel af had, maar pas echt kon  zingen nadat hij de perfecte vertaling had gevonden voor de regel ‘…and the operator says forty cents more, for the next, three minutes…’ Bij het vertalen probeert hij zo dicht mogelijk bij de betekenis van het lied te blijven en tegelijkertijd dit te doen op een wijze dat het ook goed op de melodie te zingen is. “Het gaat juist niet om de letterlijke vertaling, ik let ook op de alliteratie en het beginrijm. Dat deden de oorspronkelijke tekstschrijvers ook”. Voor de komende CD en tour  2013/14 ‘Nummerrr1’ zullen dat voor het eerst ook songs uit de jaren ‘80 en ‘90 zijn, zoals REM’s Losing my religion en OMD’s Joanne of Arc.

Carré, 13 mei 2012, na de pauze

Jan loopt in Volendamse dracht en vissersmand door de zaal en zingt uit volle borst en a-capella ‘de Parel van Volendam’. Daarna betreedt Di-rect het podium voor een aantal nummers uit de rock-musical Tommy. Spike had aangekondigd ‘Carré op z’n kop te zetten’, wat ook gebeurt: de zaal vult zich met een kwartier durende dampend rockende samenvatting van Tommy, inclusief een molenwiekende Spike. De Haagse band krijgt als enige gast van de avond een staande ovatie. Henk Westbroek doet ‘Lola’, Edwin Rutten ‘de Gele Duikmasjien’. Jan een prachtige versie van zijn eigen nummer ‘November’.

Tegen het einde loopt Rob de Nijs bijna timide het podium op. ‘Yesterday when I was young’ zong Charles Aznavour, ‘Eeuwig Jong’ is het in de hertaling van Jan Rot. Een perfecte casting: Rob de Nijs zingt het zoals alleen een man van 69 kan zingen, berustend in het verval. Melodie, tekst en zang komen hier perfect samen, de band in dienst van zanger en lied. Tot slot staat Jan alleen met z’n gitaar op het podium en zingt hij voor een muisstille zaal ‘Geef me liefde’ (Love me tender) in een prachtige vertaling. Daarna komen alle gasten op voor de grande finale en zingen we met zijn allen ‘Dit land is mijn land.’ Na ovationeel applaus loopt Jan het toneel af.

Arnhem, 13 april, na de pauze

Als het publiek weer zit, duurt het nog even voordat Jan opkomt. “Ik moest nog even een spelletje Wordfeud afmaken, ik stond op winst”. De zaal lacht. Rot meandert na de pauze door z’n repertoire. Hij zingt o.a. ‘Sylvia’s moeder’ met de prachtige hertaling “…en uw beltegoed, zegt de Telfortdame schel, is nul, euro vijftig.” Twee mannen houden een spandoek vast waarop de tekst staat van ‘Laat de aarde vergaan’ (Slavenkoor), we zingen allemaal mee. ‘Nachtzuster’ wordt ingeleid door een een fraaie anekdote: Jan speelde als vader mee in de succesvolle Doe Maar musical, zijn rol was echter bijna geschrapt.  Na de pauze is het niet zozeer een chansonavond als wel een avond waarop we deelgenoot worden van het vertaalproces van Jan Rot, op liedjes ‘uit het collectief geheugen’. Oud en toch nieuw. Door het vertalen maakt hij zijn liedjes eigen. “Als over een paar honderd jaar Nederlands de wereldtaal is, zullen de mensen zeggen dat al die klassiekers liedjes van Jan Rot zijn”.

De handelsreiziger

Tegen het einde van het optreden in Arnhem vertelt Jan dat de liedjes die hij vanavond gezongen heeft op CD staan en de teksten in een boek. En dat de volgende tour over nummer 1 hits gaat. Daarna zingt hij “Loop door”, het zaallicht gaat al wat aan. Als het lied klaar is, staat hij op, pakt hij het koffertje, zwaait naar het publiek en loopt naar de foyer. Daar gaat het koffertje open en wordt de koopwaar uitgestald op een desk naast de banner, die Jan er zelf heeft neergezet voor het optreden. De verkopen gaan heel behoorlijk. Er staat een rij van een man of twintig, de meesten gaan naar huis met 2 CD’s (in zelf ontworpen kartonnen hoesje) en soms een boek. Jan heeft een hoge productie, bijna 2 CD’s per jaar. “Ik maak liever 10 CD’s waar ik er 1000 van verkoop, dan 1 waarvan ik er 10.000 verkoop. Dat laatste levert meer op, maar daar gaat het me niet om”. Als de laatste verkoop gedaan is, rolt de handelsreiziger zijn banner op en pakt hij zijn koffer in. Tijd om naar huis te gaan.

Advertenties