Tags

, , , , , , ,

IMG_1472 Het is pas 19 uur, de avond is nog jong. Een takelwagen houdt een enorme ring met kleurige podiumlampen in de lucht. Ook de rest van het plein aan de voet van het karakteristieke monument de Waag in Amsterdam, inclusief mini-reuzenrad en zweefmolen, is al vrolijk verlicht. Het is nog licht en bovendien grijs, guur, koud en regenachtig. Nog niet veel mensen hebben de Nieuwmarkt opgezocht en daarom ligt deze er nog een beetje somber bij. De Aprilfeesten moeten op deze vrijdagavond nog op gang komen. Vanavond vergezel ik de band Maison du Malheur in de aanloop naar een optreden waar ze veel zin in hebben.

Op het podium in de kleine blauwe Bogentent – in de volksmond Café Correct – is een jong meisjesbandje (Young Souls) net klaar met spelen. De capaciteit van die tent is hooguit 100 man, maar het staat er al vol. Iedereen hoopt natuurlijk dat het daarbinnen net even een graadje warmer is dan buiten de tent. “Vale, soy a la plaza Nieuwmarkt!” roept een bebaarde Spanjaard met gleufhoed en videocamera in zijn mobiele telefoon “Vienes aqui?”. Kom je hierheen? Een verdwaalde toerist op dit buurtfeest.

Dan gaat ook mijn telefoon, J.P. Mesker is op de Nieuwmarkt gearriveerd. Jeroen is de zanger, liedjesschrijver en frontman van Maison du Malheur. De ras-Amsterdammer weet te vertellen dat de Aprilfeesten al zeker 20 jaar bestaan, maar dat zelfs het grootste deel van Amsterdam niet eens weet dat ze bestaan. Laat staan daar buiten. Zoals gewoonlijk vindt het buurtfeest ook dit jaar weer plaats in de aanloop naar Koninginnedag. De band komt er al jaren, de pianist van de band – Hector Wijnbergen – zit zelfs in de organisatie en praat de boel aan elkaar. Vorig jaar trad Maison du Malheur met hun stokoude jazz en rockin’ rhythm & blues nog op in de kleine Bogentent, dit jaar zijn ze gepromoveerd naar het grote podium: de Oranjerie.

Onlangs was Maison du Malheur te gast bij 3voor12 Radio. Tijdens de soundcheck van de band begonnen de radiomakers plotseling, live op de radio, de begintune van de Muppet Show te zingen. Hilariteit alom, “we hebben de Muppet Show te gast, is het niet fantastisch?”. Ondanks dat ze hier vast geen kwade bedoelingen mee hebben gehad, ze waren namelijk laaiend enthousiast na de nummers die live gespeeld werden, merk ik bij J.P. een lichte vorm van irritatie. Mensen lijken niet te weten wat ze met de muziek van Maison du Malheur aan moeten. Als je de band live meemaakt lijkt er maar één ding op te zitten: dansen! Ze maken muziek met invloeden van oude jazz en blues, iets wat we de laatste tijd toch wel meer zijn tegengekomen bij bijvoorbeeld Kitty, Daisy & Lewis, Nick Waterhouse en Pokey Lafarge. “We zijn geen anomalie”, aldus Jeroen. Toegegeven, de theme song van de Muppets heeft ook bigband invloeden, maar verder is de band in niets met de Muppets te vergelijken. Uit alles blijkt deze dag dat deze mensen heel serieus met muziek bezig zijn.

De band is vernoemd naar het huis van Mesker, “gewoon een doodnormaal huis met een bank en een bed”, aldus hemzelf. Dit is het huis waar de liedjes zijn geschreven en waar hij uiteindelijk muzikanten uit is gaan nodigen. De plek waar de band als het ware is geboren. Jeroens voorliefde voor oude blues bracht de bandnaam tot stand, “ik vond het wel mooi klinken”. Mesker speelt al zijn hele leven in bandjes, we kunnen hem bijvoorbeeld kennen van de bluegrassgroep The Pedro Delgados. Maison du Malheur is zijn nieuwste project en omdat alle liedjes van zijn hand zijn, heeft hij besloten om voortaan onder zijn eigen naam te opereren. Dat neemt niet weg dat hij in Maison du Malheur in goed gezelschap verkeert van een aantal getalenteerde muzikanten. Hij is er wegens andere verplichtingen helaas niet bij vanavond, maar de meest opvallende verschijning van de band is toch wel Arno Bakker. Een grote man, met een flinke bos haar en een wilde baard. Hij speelt op een imposante sousafoon en op het album Wicked Transmission ook nog trombone. Samen met Janfie van Strien, uit de Amsterdam Klezmer band en saxofoon- en klarinetspeler in Maison du Malheur, zit Arno in Balkan jazzgroep De Jongens Driest. Ook zaten zij voorheen samen met Hans Sulmann, tevens saxofonist in Maison du Malheur, in de Groningse ska-sensatie uit de jaren ’90 Jammah Tammah. Dan hebben we nog Martin de Ruiter – drummer en achtergrondzanger – en Donné La Fontaine op de contrabas. Zij speelden voorheen samen in het Amsterdamse trio T-99, volgens Muziekencyclopedie een van de belangrijkste Nederlandse vernieuwers van de rootsmuziek. Dit geheel wordt aangevuld met twee jonge talenten, namelijk Hector Wijnbergen op de piano en Thijs Elzinga speelt gitaar. Alle muzikanten beheersen hun instrumenten uitstekend en omdat er tijdens de live shows van Maison du Malheur veel met improvisatiesolo’s gewerkt wordt, kunnen de muzikanten hun creatieve ei kwijt. Voor het terugkerende publiek levert dit bovendien steeds een unieke show op.

Langzaam begint het feest op het met statige Hollandse gevelpanden omringde plein op gang te komen. De lange, houten picknickbanken rond de Oranjerie worden bevolkt door groepjes mensen die massaal de lokale supermarkt hebben geplunderd en de eerste sixpacks met blikken bier en zakken chips beginnen uit rugzakken tevoorschijn te komen. Er heerst een ons-kent-ons sfeertje, ook de bandleden komen veel bekenden tegen. De eerste band die het hoofdpodium zal beklimmen, Check 1-2, staat op het punt te beginnen. Jeroen van Maison du Malheur en bandleden van Check 1-2 speelden voorheen samen in de Amsterdamse sixties garage punk band The Skidmarks. De bands zijn goede vrienden en voor de gelegenheid delen ze vanavond zelfs drumstel en geluidsman.

Veel mensen staan gedreven in hun handen te wrijven om warm te blijven. Donné, de contrabassist, zit aan een van de picknicktafels op zijn gemak de boel te observeren, hij zit van de muziek en zijn sigaret te genieten. Aan dezelfde tafel zit Jeroen driftig te schrijven. Ik vraag hem of hij de setlist altijd zo kort van tevoren maakt. Dat is niet het geval, maar “het blijkt dat alle kopieerapparaten in de omgeving kapot zijn en het is toch wel handig dat de drummer ook kan zien wat we gaan spelen” en dus moet er even handmatig gekopieerd worden…

In de kleine tent trekt een Nederlandstalig skabandje (Rolf) ondertussen ook nog aardig wat bekijks. Alle handjes gaan keurig de lucht in als de zanger daarom vraagt. De zon weet er zelfs voor de aardigheid – en voor het eerst die dag – nog een paar kleine straaltjes uit te persen voor hij voor de nacht achter de grachtenpandjes verdwijnt.

Drie kwartier vóór showtime mist Jeroen nog twee blazers. Hij maakt zich echter geen zorgen. “We gaan zo gewoon opbouwen en ze komen vanzelf als ze iets bekends horen, we moeten gewoon aan het werk.”

Later zal inderdaad blijken dat de twee vermiste blazers keurig netjes op tijd zijn. De soundcheck duurt wat lang, alles moet natuurlijk perfect klinken, maar verloopt in opperste concentratie. In de tent klinkt oude jazz uit de speakers. Langzaam maar zeker gaan, ondanks dat het er buiten niet warmer op is geworden, op het podium alle dikke jassen en sjaals uit en de keurige jasjes, blousejes en giletjes komen tevoorschijn. Met hun slobberige broeken aan en opa-petten op is het een bont gezelschap.

De mensen lijken naar aanleiding van de soundcheck van Maison du Malheur nieuwsgierig te zijn geworden en de tent begint vol te stromen. Het publiek is gemêleerd, zo ook hun meningen. Twee pubermeisjes van een jaar of 15 wringen zich een weg naar vlak voor het podium en schreeuwen naar elkaar “Ik versta niet wat ‘ie zingt, jij wel?”, waarop de ander antwoordt: “Nee, en het zijn ook geen leuke mensen”. Desalniettemin roepen ze enthousiast in koor “Woeoeoe, lekker kontje”, wanneer gitarist Thijs Elzinga op het podium bukt om aan wat knoppen te draaien. Verder ziet het publiek eruit alsof ze enorm genieten van Maison du Malheur. Al meteen vanaf het begin van het optreden komt de massa voor het podium in beweging, de muziek swingt ongetwijfeld. De wat meer uptempo nummers als “Man for the job” en de eerste single “Jailbird” vallen in de smaak, maar ook rustige nummers als “Stick” worden met luid applaus beloond. Zweverige hipsters met rode lippen, in strakke, moderne jurkjes gaan op in hun dansmoves, maar ook grijze mannen met baarden en baretten genieten met een glimlach op het gezicht van hun biertje of sigaretje en de muziek. Sommige stelletjes wagen zich aan een dansje met elkaar en er beginnen zelfs mensen te skanken. Eric – Idols – van Tijn zit met een groepje vrienden op het terras van aangrenzend café Poco Loco. Je vraagt het je automatisch af: zou hij de muziek ook goed vinden?

De liedjes lijken over vroegere tijden te gaan, en ze beschrijven thema’s als gevangenschap, verloren liefde en alcohol. Jeroen legt uit dat zijn nummers wel degelijk over zichzelf en zijn leven gaan, maar dat hij er niet van houdt als liedjes te persoonlijk zijn. Vandaar dat hij autobiografische gebeurtenissen, naar eigen zeggen in “een ander jasje” verpakt. Als je naar “Jailbird” luistert zou je denken dat de schrijver (onschuldig) wegkwijnde in de gevangenis. Het echte verhaal is dat J.P. op een avond dronken naar huis fietste en in een ongeluk met een auto verzeild raakte. De bestuurder van de betreffende auto had ook gedronken. Ze moesten beiden mee naar het politiebureau. Uiteindelijk is een van de mede-bandleden hem daar op komen halen, en na het betalen van een boete was hij free to go. Giet dat in een swingend – sometimes life treats you unfair – jasje en een nieuw liedje is geboren.

IMG_1517De set duurt lang vanavond, vóór de toegift al ruim 1,5 uur. Niet veel bands zullen dat aandurven, Maison du Malheur speelt echter iedere minuut vol overgave. Naast een paar “geleende” nummers, komen hun twee albums – ook de in eigen beheer uitgebrachte debuutplaat “Waiting for trouble to come” – bijna volledig voorbij. Toch hebben de mannen hun instrumenten nog nauwelijks neergelegd of het publiek vraagt al om meer… Maison du Malheur wil zijn publiek dienen, en je ziet Jeroen in de microfoon praten. Die blijkt helaas al uit te staan. Het publiek roept en fluit, tot de geluidsman uiteindelijk wakker wordt en we opeens door de microfoon horen: “Of het nou 10 graden is, of 20, of 30, de Aprilfeesten zijn een feestje dat je niet mag missen!”, waarna we het genoegen hebben van nóg eens 3 liedjes met het opzwepende “Demon rum” als afsluiter. Na afloop klapt Jeroen snel een rekje uit, met de cd’s, LP en een T-shirt. De plaat Wicked Transmission is populair en de mensen zijn enthousiast. Een van de jongens die vooraan uit zijn dak was gegaan tijdens het optreden zegt, met zijn laatste aanwinst in de vorm van de Wicked Transmission LP onder de arm, tegen Jeroen: “Al jaren niet zo lekker kunnen dansen, het was echt te gek! Superbedankt!”. Nou, veel betere complimenten kun je als band niet krijgen, denk ik.

 

Inge Gruijters

Advertenties