Tags

, , , ,

Foto: Sanje Marusic

Otto Wichers brak door als Lucky Fonz III toen hij bij De Wereld Draait Door elke maand mocht aanschuiven om in korte liedjes de gesprekken samen te vatten. Na drie Engelstalige albums kwam bij TopNotch het Nederlandstalige album  Hoe Je Honing Maakt uit. Maar kiezen tussen het Engels en Nederlands doet hij niet.

Door Jerom Hakker

Calculerend

“Ik ben bezig met een Engelstalige cd. Solo weer. Maar ik wil ook nog een Nederlandstalige cd maken. En ik heb wat samenwerkingen waarvan ik hoop dat er een hit uit voort komt. Met Wouter Hamel bijvoorbeeld. Ik vind over de toekomst praten best moeilijk. Je wilt die shit ook niet jinxen, weet je? Het is een dunne lijn tussen fantaseren over de toekomst over arrogantie uitstralen.”
En daarmee vat hij zichzelf goed samen. Lucky Fonz wil veel. Maar het meest wil hij de regie behouden. In zijn muziek, maar ook in wat hij zegt.
“Ik ben heel calculerend. Veel calculerender dan mensen denken. Ik heb in interviews andere belangen dan de journalist die een mooi artikel wil schrijven. Ik wil mooie liedjes maken en voor volle zalen spelen. Volle zalen is voor mij een groter ideaal dan om in interviews compleet eerlijk te zijn. Ik geloof ook niet in totale openheid. Ik heb de stelregel om in interviews nooit namen te noemen of andere artiesten te dissen. Dus dat doe ik niet. Het druist in tegen mijn idee van beschaving. Het is eigenlijk meer dan calculerendheid, het is een persoonlijke visie. Ik ben sowieso niet super open. Ik probeer journalisten snel te lezen. Als ik denk dat ik er mee weg kom dan lul ik er om heen. Ik ben nu bijvoorbeeld eerlijk over dat ik niet eerlijk ben. Ik ben op  meta-niveau dus eerlijk.”

Gepsychologiseer
Lucky Fonz praat graag en veel. Als hij wordt gevraagd of in ‘Eigenlijk Wil Ik Dat je Gaat ‘ Otto Wichers spreekt tegen Lucky Fonz valt er een, weliswaar korte, stilte. Even lijkt Lucky Fonz de regie te laten gaan. Een halve zin. Waarna hij de regie direct weer terug neemt. “Otto tegen Lucky? Uh…een beet…nou nee. Dat is te ver gezocht. Het is meer een algemeen verbanningsritueel. Het kan tegen persoonlijke demonen zijn maar ook tegen je geliefde. Of tegen zelfhaat ja. Maar Otto tegen Lucky, dat vind ik te veel gepsychologiseer. “

Losse pols
Zijn albums klinken alsof een groep vrienden de studio is ingegaan om uit de losse pols wat geinige liedjes op te nemen. “Dat is ook zo. Maar de liedjes schrijven duurt heel lang. Aan de liedjes op “’Hoe Je Honing Maakt’ heb ik anderhalf jaar gewerkt. De teksten duren het langst. De muziek is wel meer uit de losse pols. Maar ik zie vakmanschap of  losse pols werk niet als tegenstelling. Je kan alleen maar wat aanklooien  in de studio als je grote mate van vakmanschap hebt. Ik geloof heel erg in vakmanschap. Als het alleen wat aanklooien zou zijn waarom doet niet iedereen dat dan? Om een pakkend liedje te schrijven heb je ervaring en vakmanschap nodig. En talent. Zoiets doms als ‘Eigenlijk Wil Ik Dat Je Gaat’ bijvoorbeeld. Eigenlijk vind ik dat best wel goed. Zo goed dat ik denk: waarom doen andere mensen dat niet? Maar ik weet wel waarom ze dat niet doen: ze weten niet hoe het moet. “

Authenticiteit
Nico Dijkshoorn  plakte in een column de stempel ‘authentiek’ op Lucky Fonz.  Als afstudeerscriptie schreef Otto Wichers over Bob Dylan en de journalistiek. En over authenticiteit.  Hij weet dus alles over authenticiteit en popmuziek. Maar dus ook over authentiek over komen.  “Authenticiteit is een slipperig begrip. Er is geen vaste definitie van authenticiteit. Er zijn dingen die anderen authentiek noemen waarvan ik dat niet vind. Dat is al een reden om het woord niet te vaak in de mond te nemen. Iedereen die authenticiteit moet nastreeft is juist niet authentiek. Het toppunt van gebrek aan authenticiteit zijn mensen die zichzelf krampachtig authentiek voordoen. Als authenticiteit een stempel, een soort keurmerk wordt, dan werkt het al niet meer. Daarom vind ik authenticiteit super oninteressant. De enige mensen die daar mee bezig zijn zijn de mensen die het oorspronkelijke begrip nooit begrepen hebben. Ik maak me nooit zorgen om mijn eigen authenticiteit en ik streef daar ook niet naar. Ik weet dat het een goed is dat anderen mij authentiek noemen. Maar als ze dat niet vinden kan het mij ook niet schelen. Je kan mij ook juist niet authentiek noemen.”

Advertenties