Tags

, , , , , ,

“Als het te veelarmig is, wordt het niet begrepen”

 

 

 

 

 

 

Met zijn gitaarkoffer nog onder de arm betreedt Erik de Jong, a.k.a. Spinvis, poppodium EKKO. Niet voor een optreden naar aanleiding van de laatste cd Tot Ziens, Justine Keller. Zijn gitaar blijft deze avond opgeborgen; Erik wordt geïnterviewd door zeven aspirant-popjournalisten. En dus: zeven verschillende invalshoeken. Te beginnen met woorden versus muziek. Een verslag van een geanimeerd gesprek over garages, de stem en Ronnie.

Door Ewout van der Wouden

“Het maken van een liedje is niet hetzelfde als het schrijven van een gedicht. Poëzie staat op papier, en de tijd staat stil op papier. Wat je niet hoort, is – als je naar mij luistert – dat ik twijfel, of een beetje haper, of ik een accent heb, of dat ik tussen woorden een stilte laat. En dat is allemaal informatie; dat is allemaal muziek. En dat gaat verloren op papier.”

De stem als muziekinstrument

De laatste jaren wordt hij vooral geroemd om zijn teksten, zijn woorden. In 2010 wint hij zelfs de Johnny van Doornprijs voor de gesproken poëzie. Recenter is zijn Preek van de Leek aan de Protestantse Gemeente in Nieuwegein. Een preek die hij nadrukkelijk ophangt aan het woord, en aan de poëzie. Maar ook in iedere recensie van Spinvis-materiaal wordt minimaal een alinea aan zijn voordrachten gewijd. Zelf heeft Erik veel meer met woorden dan louter tekst: hij gebruikt zijn stem als muziekinstrument door mede met de intonatie van zijn stem een beeld te creëren.

Accent op woorden

Niet dat hij het niet als een groot compliment ervaart dat het accent zo op zijn woorden  wordt gelegd: “ik werk met veel plezier en inspiratie aan mijn teksten”. Het is wel iets dat Erik pas later heeft ontwikkeld. Zijn vormende jaren als muzikant kenmerkten zich door muziek léren maken, vooral elektronisch, sample based. Eigen teksten waren daarbij nog helemaal niet aan de orde. De poëzie in de experimentele pop  van de band Snabelhan waar hij begin jaren ’80 deel van uitmaakte, was niet van zijn hand, maar “dat was wel een vonk, waarbij ik hoorde van: wacht eens even, het kan gewoon in het Nederlands. Het kan gewoon over pindakaas gaan. Iets absurds. Iets dadaïstisch”.

Muziek is hoogste muze

Op de vraag of woorden de muziek nu versterken of vice versa wordt Erik bijkans muziek: “Muziek is mijn hoogste muze. Melodie is toch een wonder. Het is abstract, het is niets anders dan frequenties en het kan je tot tranen roeren, tot in het diepst van je ziel raken. Dat is magisch”. Woorden zijn daarbij een vehikel. Onderdeel  zelfs van de muziek. “De stem is een bijzonder muziekinstrument, omdat het behalve de toon en de klank ook een beeld in je hoofd kan planten.”

Veelarmig

Inmiddels wordt hij geregeld gevraagd om zijn ervaringen als muzikant, als artiest met anderen te delen. Afgelopen weekend is hij druk geweest met het geven van verschillende workshops en gastcolleges. “En wat mensen willen horen is eigenlijk niet zozeer hoe ik het doe, maar welke twijfels we delen en welke angsten. Welke moeilijkheden.” Twijfels als faalangst, of twijfel naar aanleiding van kritiek. Of je muziek krampachtig gereduceerd zien tot een labeltje. Erik doet verschillende, gevarieerde dingen tegelijk.  Hetgeen lang niet altijd goed door de media weergegeven worden. Hij kan het wel duiden: “Als het te veelarmig is, wordt het niet begrepen”.  En dat laat hij vooral van zich af glijden. Iets wat hij de studenten de afgelopen dagen ook heeft meegegeven; blind te zijn voor alle commentaren die je krijgt. “De ene helft is talent, de andere is doorzettingsvermogen, hard werken, ambitie. Bord voor je kop.” Een mooi voorbeeld van veelarmig is de parkeergarage die hij heeft helpen verbouwen. In Nieuwegein heeft hij zijn eigen 5.1 surround set gerealiseerd in een tweetal gloednieuwe parkeergarages onder het stadhuis en het theater. Omdat het kon. Omdat hij dat wilde.

Ronnie

Ten slotte tóch de obligate vraag “wie is Ronnie?” gesteld. En Ronnie bestaat niet. Niet als persoon in ieder geval. Wel als entiteit: “het is de Ronnie in jezelf. De jongen die het allemaal niet zo goed begrijpt. Het feest van het leven is daar, en Ronnie staat in de keuken”. Ik hoor het Erik zeggen, met die mooie, karakteristieke stem van hem, en verdomd: de beelden vallen binnen. Muziek zonder muziek. Muziek met woorden.

Advertenties